Viscositeit wordt beschouwd als de stroperigheid of de weerstand van een vloeistof tegen het stromen maar viscositeit is echter meer dan dat. Bij alle vloeistoffen bestaat een inwendige wrijving tussen de moleculen, die bepaalt hoe gemakkelijk de vloeistof stroomt. Als gevolg van deze inwendige wrijving is energie nodig om de vloeistof te verplaatsen. Viscositeit geeft aan in welke mate een vloeistof weerstand biedt tegen het stromen.
Rotatie viscometers worden gebruikt om de viscositeit van vloeistoffen te...
De manier waarop een product door een opening doorstroomd kan vaak...
Werken volgens hetzelfde principe als uitloopbekers. Met dompelbekers –...
Gebruikt controleren viscositeit metingen
Eenvoudig te gebruiken instrumenten die de vloeibaarheid en het stromen...
Vloeistoffen worden gerangschikt als Newtons of niet-Newtons.
- Newtonse vloeistoffen, zoals water en bepaalde oliën zijn vloeistoffen die bij een bepaalde temperatuur blijven stromen, ongeacht de kracht die er op wordt uitgeoefend. Newtonse vloeistoffen gedragen zich altijd op dezelfde manier, ongeacht hoe snel ze geroerd of gemengd worden. Newtonse vloeistoffen worden meestal met uitloop- en dompelbekers gemeten.
- Niet-Newtonse vloeistoffen, zoals verf en ketchup, zijn vloeistoffen waarvan de viscositeit onder druk verandert. Er zijn verschillende categorieën en subcategorieën van niet-Newtonse vloeistoffen die worden beschreven als volgt:
Thixotroop - vloeistof dat in rusttoestand gel-achtig is en in beweging vloeibaar wordt, bijvoorbeeld niet-druipende verf, ketchup en de meeste soorten honing.
Rheopectisch - vloeistof waarvan de viscositeit toeneemt naarmate de spanning voortzet, bijvoorbeeld bepaalde smeermiddelen.
Pseudoplasticiteit - ook bekend als afschuifverdunning - de viscositeit vermindert naarmate de afschuifsnelheid toeneemt, bijvoorbeeld bloed, gelatine, klei.
Dilatantie - ook bekend als afschuifverdikking - de viscositeit neemt toe naarmate de afschuifsnelheid toeneemt, bijvoorbeeld zwevende rijst, maïzena of een geconcentreerde suikeroplossing.